Recensie Cabaret Musicalsite.be
14-10-‘08
De musical ‘Cabaret’ is een meesterwerk, laten we dat meteen duidelijk maken, zo één die verschillende interpretaties aankan en je toch steeds weer van je sokken blaast. Er is daarom niets op tegen dat De Graaf en Cornelissen, twee jaar na de Stage Entertainment-voorstelling in Carré, een intiemere tourversie van de musical brengen. En die mag er zijn. Meer nog, het is een kleine parel.
‘Cabaret’ van Fred Ebb en Joe Kander, met een script van Joe Masteroff, ging al in 1966 in première op Broadway, geregisseerd door de legendarische Harold Prince, en sloeg het publiek toen met verstomming. Het stuk had immers weinig gemeen met de doorsnee musicals en kneedde heikele thema’s als het nazisme, seksuele vrijheid en abortus tot entertainment - maar dan wel met vlijmscherpe angels. Door de jaren heen en met de verschillende revivals heeft ‘Cabaret’ niets van zijn scherpte verloren, wel integendeel. Nu kan er meer worden uitgespeeld wat in de oerversie nog wat verdoken moest blijven. De tijden, de zeden en de moraal zijn duidelijk veranderd.
De Amerikaan Clifford Bradshaw, een weinig succesvolle schrijver, belandt in het bruisende Berlijn, wanneer het nazisme stilaan zijn tentakels begint uit te spreiden. In de slonzige Kit Kat Club ontmoet hij het Britse vaudevillezangeresje Sally Bowles, die dezelfde avond nog bij hem intrekt. Cliff huurt een kamer bij Frau Schneider, die zich de avances laat welgevallen van de Joodse winkelier Herr Schultz. Cliffs Duitse vriend, Ernst Ludwig, speelt hem af en toe wat lucratieve smokkelklussen door, maar als Cliff diens politieke voorkeur leert kennen, is de vriendschap voorbij. Het nazisme rukt steeds verder op, en iedereen wordt gedwongen keuzes te maken. Cliff verlaat Berlijn; Sally blijft in de Kit Kat Club, en in de waan dat de realiteit haar daar niet kan deren.
Paul van Ewijk kreeg de vrijheid om ‘Cabaret’ naar zijn hand te zetten, en heeft dat met verve gedaan. Hij koos ervoor om van de Kit Kat Club niet het centrum van het stuk te maken en zich meer te focussen op de personages, hun verweven verhaallijnen en hun al dan niet dubieuze keuzes. De Kit Kat Club is hier minder een morsige nachtclub, dan wel een metafoor van hoe mensen zichzelf in een mentale gevangenis opsluiten om de realiteit niet onder ogen te moeten zien. Dat houdt meteen in dat er minder ‘razzle dazzle’ in het stuk zit dan je zou kunnen verwachten, maar dat hindert niet. De sobere en ingetogen aanpak werkt, en maakt het verhaal duidelijker. Het decor beperkt zich dan ook tot de Kit Kat Club zelf en een voordoek, met hier en daar wat subtiele lichttoetsen. De manier waarop de treincoupé waarin Cliff Berlijn binnenrijdt, geëvoceerd wordt, met de Kit Kat-meisjes en -jongens als spinnen in een nog te weven web, is bijvoorbeeld schitterend. ‘in der Beschränkung zeigt zich erst der Meister’ dus, al had iets meer inventiviteit en afwisseling in het decor de voorstelling zeker niet geschaad.
Het schuiven met scènes en liedjes is niet gratuit, maar draagt bij tot de klare vertelling die van Ewijk steeds voor ogen houdt. Het vraagt bijvoorbeeld moed om niet te beginnen met het traditionele ‘Willkommen’, maar wel met een speech van Hitler en de eerste aanzet van de nazihymne ‘Der morgige Tag ist mein’, die als een lugubere mantra door het hele stuk weerklinkt. Meteen pakt deze ‘Cabaret’ je al bij de keel en is de toon gezet. ‘Dit keer’ (‘Maybe this time’) is normaal gezien een groot cabaretnummer voor Sally, maar hier zingt ze het alleen op haar kamertje, mijmerend over een mogelijke toekomst met Cliff. Dergelijke keuzes verrijken het verhaal.
Ellen Evers zet een mooie Sally Bowles neer, hoewel ze best wel wat kwetsbaarder zou mogen zijn. Dat aspect van het personage komt wat te weinig aan bod, behalve dan in haar solo ‘Dit keer’. Nu blijft ze te veel de eendimensionale losbol die zich wetens willens afsluit voor het échte leven. Maar voor de rest zingt Evers de pannen van het dak en beschikt ze over een onmiskenbaar komisch talent.
Clifford Bradshaw kan een kleurloze figuur worden, maar in deze regie en in de vertolking van Dick Cohen krijgt hij gelukkig veel meer reliëf. Moet Cohen in het begin nog wat naar de juiste toon zoeken, dan lukt hem dat in het tweede deel beter. Zijn spel wordt dan veel genuanceerder, en hoe hij zijn machteloze wanhoop om wat er met en rond hem gebeurt uitspeelt, kan niemand onberoerd laten.
Sven Ratzke is onthutsend als de Emcee, de cynische en sinistere commentator in het stuk. De Nederlands-Duitse Ratzke debuteert als musicalacteur en brengt als soloartiest doorgaans een mix van chanson en cabaret. De rol moest hem dus wel liggen, maar de verwachtingen worden nog overtroffen. Hij is giftig als een adder, maar ook gevaarlijk innemend, zonder dat hij ‘over the top’ gaat. Hij is erg aanwezig, maar dan meer als een subtiele dreiging. Zijn casting was met andere woorden een meesterzet.
Johnny Kraaijkamp en Pamela Teves spelen het oudere liefdeskoppel. Kraaijkamp doet dat naar onze smaak wat te vlak, zijn vertolking zorgt voor weinig rimpeling op de golven van het verhaal. Teves speelt ook ingetogen, maar zij weet wel de juiste snaren te beroeren. Haar breekbare zangstem past wonderwel bij de rol.
Sabine Beens is kostelijk als Fräulein Kost, één van de huurders van Fräulein Schneider en een veilige haven voor hitsige matrozen. Als zij op het verlovingsfeest van Schulz en Schneider ‘Der Morgige Tag ist mein’ inzet, weet ze het publiek echter ook de daver op het lijf te jagen. Een kant die Beens nog niet vaak heeft laten zien, maar die ze dus duidelijk ook kan spelen.
Het ensemble ten slotte heeft geen last van remmingen; hoe decadenter, hoe beter lijkt wel het motto, wat de voorstelling een ‘Kinderen niet toegelaten’-label oplevert. De choreografie van Barrie Stevens is bewust hoekig en hoerig, en daar weten de ensembleleden wel raad mee.
Het is de grote verdienste van regisseur Paul van Ewijk en zijn cast, dat ze ons tonen hoe meesterlijk ‘Cabaret’ wel geschreven is, en hoe trefzeker de auteurs indertijd een heel tijdperk hebben weten te vatten in zo’n buitenissige setting als de Kit Kat Club. Hoewel de voorstelling op de première nog wat ‘punch’ miste, kan ze alleen nog maar groeien. Want de fundamenten liggen er en ze zijn solide.
