AD.NL
dinsdag 17 juni 2008

‘Ik doe waar ik zin in heb'

Hij raast van festival naar festival, in binnen- en buitenland. Maar het in Berlijn momenteel zo succesvolle podiumbeest laat zich binnenkort temmen: Sven Ratzke heeft zich laten strikken voor een hoofdrol in een nieuwe musicalversie van Cabaret.

Sven Ratzke.
Het is de schrik van iedere theaterbezoeker dat de cabaretier van dienst vorsend de zaal inloopt, op zoek naar iemand die geschikt is als lijdend voorwerp voor zijn eerstkomende sketch.

Halverwege de voorstelling van Sven Ratzke is het zover. Met een vileine glimlach houdt hij de pas in bij een jonge vrouw die op haar beurt ogenblikkelijk haar adem inhoudt. ,,Dit is toch waar u stiekem op hoopte?,’’ grijnst hij. ,,Uw eigen moment in de spotlights?’’

Met die vrouw loopt het verder goed af. Nou ja, afgezien dan van het moment waarop de cabaretier wil weten of ze naar het naaktstrand gaat en hoe vaak.

Ratzke vindt het, verklaart hij na afloop van zijn programma, een van de aardigste elementen uit zijn show. ,,Ik mag de boel graag een beetje ontregelen. Zodat het niet comfortabel wordt, maar spannend. Een doodenkele keer gaat het mis. Zoals die ene keer toen ik de voeten van een Duitse vrouw kuste. Zij stond op, vuisten gebald. Ja, dan is het meteen einde sketch.’’

Hij is cabaretier en bohémien. Raast van festival naar festival, in binnen- en buitenland. In Amsterdam voelt hij zich thuis, maar misschien nog wel meer in Berlijn. Daar heeft Ratzke (31) met zijn huidige soloprogramma Gigolo’s Germans veel bekijks. Het is niettemin lastig hem te typeren. De Berliner Zeitung waagt een dappere poging, maar blijft steken bij de tamelijk abstracte omschrijving ‘postmodern vaudeville cabaret’.

,,Ik doe waar ik zin in heb,’’ reageert Ratzke behulpzaam, ,,maar postmodern? Ik heb juist een hang naar vergane glorie. Glamour cabaret, dat vind ik een betere typering. Met inderdaad ook iets uit de traditie van de vaudeville, waarin alles mogelijk is. Van een dwerg die gaat strippen tot iemand die een zwaard doorslikt.

Mijn show verandert voortdurend. Door toedoen het publiek in de zaal. En al naar gelang de stad waar ik speel. Duitsers vinden Nederlanders al snel op een leuke manier gek en exotisch. Dus als ik me hier een beetje gek en pervers gedraag, dan accepteren ze dat.’’

Die acceptatie blijkt uit enthousiaste publieksreacties en wervende krantenkoppen. ‘Jede Sekunde grossartiges Entertainment’ oordeelt bijvoorbeeld de Berliner Morgenpost over de voorstelling van die rare ‘homme fatale’ uit Nederland.

Komend seizoen zullen ze het in Berlijn even zonder hem moeten doen. Ratzke keert minimaal een half jaar terug naar zijn geboorteland. Niet voor een soloprogramma, maar voor een grote rol in een musical. Hans Cornelissen, producent in dienst van impresariaat Ruud de Graaf, ziet in Ratzke de geknipte vertolker van de excentrieke Master of Ceremonies (MC) in een nieuwe versie van Cabaret.

Die rol mag hem inderdaad op het lijf zijn geschreven, het zet zijn leven flink op zijn kop. Van een solist die altijd en overal zijn eigen werkelijkheid creëert, moet hij veranderen in een teamspeler in een door anderen bedacht spel. ,,Ik heb ook lang getwijfeld,’’ zegt hij eerlijk. ,,Ik ben geen pionnetje. En een musical als Cats had ik niet gedaan. Maar Cabaret ligt in het verlengde van wat ik doe. Qua sfeer. Bij mij zit het publiek ook aan tafeltjes champagne te nippen, net zoals in Cabaret in de Kit Kat Club.’’

Vijf jaar geleden was hij al eens gevraagd voor een Duitse opvoering van Cabaret. Destijds bedankte hij voor de eer. Vond zichzelf nog te jong voor de rol van MC en knapte af op een paar mannen in grijze pakken die ‘gewichtig liepen te doen’. Daar is Ratzke gevoelig voor. Producent Cornelissen had hem al voor de helft over de streep getrokken door bij hem aan te kloppen in spijkerbroek en t-shirt. Wat ook hielp was de verdere rolverdeling, met daarbij veel acteurs (Pamela Teves, Johnny Kraaijkamp, Ellen Evers) die niet voor één gat zijn te vangen.

Sven Ratzke, zoon van een Nederlandse vader en een Duitse moeder, groeit op in de Ooijpolder, vlak bij Nijmegen. ,,Wij woonden daar in een hippieklooster, vol met krakers en kunstenaars. Nee, er lagen niet de hele dag drugs op tafel. Wel herinner ik me veel grote feesten. Eigenlijk was ik een tamelijk bedeesd jochie, maar zodra ik op een stoel klom om een liedje te zingen kwam ik helemaal los. Zo ben ik spelenderwijs de theaterwereld ingerold.’’

Zijn affiniteit met Berlijn dankt hij aan voorouders van moederskant. Zij traden op in het variété van de jaren ’20 van de vorige eeuw. Op zijn zestiende lokte Sven publiek de tenten binnen op Boulevard of Broken Dreams. Vier jaar later liet hij op dit theaterfestival voor het eerst professioneel van zich horen. Met chansons van Kurt Weill. Voordat hij het besefte maakte hij deel uit van een internationaal, grenzeloos gezelschap, onder wie ook zijn landgenote Ellen ten Damme.

Dat hij voortdurend in beweging is duidt niet op een rusteloze natuur. ,,Ik heb beslist geen adhd, in gewone doen ben ik zelfs nogal saai, maar ik vind het heerlijk te spelen voor mensen die mij nog niet kennen en nog niet weten wat ze kunnen verwachten. Waarbij ze je eerst raar aankijken, dan accepteren en daarna in hun armen sluiten.’’

Het kan dan ook bijna niet anders of hij pakt na een half jaar Nederland weer zijn koffers. Van alle steden die hij binnen en buiten Europa heeft leren kennen, bevalt Berlijn hem het best. ,,De theaterwereld hier is heel koesterend. Lang niet zo afstandelijk als bijvoorbeeld in Nederland. In Berlijn komen collega’s vaak naar elkaar kijken. Als het dan klikt, komen daar hechte vriendschappen uit voort. Er is weinig kinnesinne. Er is ruimte voor iedereen. Ja, nu je het zegt: een beetje zoals in het hippieklooster waar ik vandaan kom.’’